Twee artsen verliezen rechtszaak over loondienstsubsidie
Twee medisch specialisten moeten een loondienstsubsidie terugbetalen aan het ministerie van VWS. Tot dat oordeel is de Raad van State gekomen, die vindt dat beide artsen zich niet aan de voorwaarden van de subsidieregeling hebben gehouden.
De Raad van State (RVS) deed pal voor de kerstdagen uitspraak in twee zaken, die in hoger beroep waren aangespannen door de twee artsen die allebei eerder al door een rechtbank in het ongelijk waren gesteld. In de ene zaak betrof het een gynaecoloog die, met behulp van de loondienstsubsidie, zijn vrije vestiging in een Amsterdams ziekenhuis omzette in een loondienstovereenkomst. Bij een toets die VWS achteraf uitvoert om te bepalen of de subsidie terecht werd toegekend, bleek dat de arts daarnaast nog tot in 2017 vrijgevestigd werkte in een zbc (zelfstandig behandelcentrum), voor 0,1 fte.
Ziekte
De arts wees er in hoger beroep op dat ziekte een rol speelde bij de ontstane situatie, en dat hij het ministerie had aangeboden om de verdiensten van de kliniek af te trekken van het verkregen subsidiebedrag. Maar volgens de hoogste bestuursrechter was de ziekte geen reden om niet op de hoogte te zijn van, en te voldoen aan, de subsidievoorwaarden. En past een verrekening van de zbc-verdiensten niet bij de doelstelling van de subsidie. Volgens de RVS-rechter moet de arts het verleende voorschot van tachtigduizend euro terugbetalen.
Maatschap
In de tweede zaak betrof het een anesthesioloog die de subsidieregeling benutte om binnen een Haags ziekenhuis een overstap naar loondienst te maken. Twee jaar daarna ging hij tijdelijk in dienst van een maatschap werken bij een ander ziekenhuis, en voor die maatschap nam hij daarna ook nog als vrijgevestigd arts een losse opdracht aan. Volgens de bestuursrechter heeft de arts zich niet aan de subsidieregels gehouden door die opdracht. Bovendien gold die maatschap niet als een zorgaanbieder zoals bedoeld in de regeling. Ook deze arts moet de subsidie terugbetalen, in zijn geval een ton. De RVS-rechter merkt op dat het ook voor iemand ‘met een bovengemiddeld inkomen veel geld is’ maar dat de arts niet heeft aangetoond dat hij daardoor ‘in ernstige (financiële) problemen zal komen’.
Van de tien rechtszaken over deze loondienstsubsidie zijn er inmiddels zes door de RVS behandeld. In de helft van de zaken hoefde de betrokken arts de subsidie niet terug te betalen, in de andere helft wel.






