Voor wie schrijf je nog? Zo maak je content die werkt voor lezers én AI
Waar we eerst vooral voor zoekmachines schreven, moeten we nu ook rekening houden met taalmodellen. Steeds vaker worden vragen namelijk niet meer via een lijst met zoekresultaten beantwoord, maar direct door AI. Dat roept een logische vraag op: voor wie schrijf je eigenlijk? Voor Google? Voor AI? Of je lezer? Dat laatste natuurlijk!
Dat vergeten we door de afleiding van ‘hoe word ik nog gevonden’ toch regelmatig. Maar er is goed nieuws: hoe beter je schrijft voor mensen, hoe groter de kans dat je content werkt voor zoekmachines én taalmodellen.
Dat is waar Merel Roze in de nieuwste editie van De regels van Roze (affiliate) op ingaat. Hoe schrijf je teksten waar mens en taalmodel blij van worden?
De bijbel voor tekstprofessionals (zo heb ik het ooit zelf genoemd in een eerdere recensie) is nu helemaal geüpdatet en heeft nieuwe hoofdstukken, o.a. een over vindbaarheid. Nou, laten we dan eens kijken naar die tips. Dit zijn tips die je direct kunt toepassen in je content:
1. Begin met het antwoord
Beantwoord de belangrijkste vraag meteen. Lezers scannen teksten. AI-systemen zoeken directe antwoorden. Of zoals Merel het noemt: de banaan bovenaan. Geef je lezer meteen het antwoord, dan blijft hij lezen. Anders blijft het een onrustig aapje.
2. Maak hapklare brokken van je tekst
Gestructureerde content werkt beter voor zowel lezers als AI. Gebruik bijvoorbeeld:
- Duidelijke koppen.
- Korte alinea’s.
- Checklists.
- Stappenplannen.
- FAQ’s.
Dit maakt informatie sneller te scannen en makkelijker te citeren. Hier kan AI je overigens ook goed bij helpen om een lange lap tekst, die jij ZELF hebt geschreven, om te zetten naar bijvoorbeeld een overzichtelijke FAQ.
3. Schrijf zoals je praat tegen je lezer
Gebruik natuurlijke taal. Een eenvoudige test die je helpt om dit te toetsen: lees je tekst hardop voor. Struikel je? Dan herschrijven.
4. Maak van koppen concrete vragen
Veel zoekopdrachten zijn letterlijk vragen. Als een gebruiker een vraag zo zou kunnen intypen in Google, maak er dan een tussenkop van. Bijvoorbeeld: “Hoe schrijf je voor GEO?” Geef daarna meteen een kort en concreet antwoord.
5. Leg vaktermen meteen uit
Taalmodellen citeren het liefst complete zinnen. Leg vaktermen direct uit. Bijvoorbeeld: “E-E-A-T staat voor Experience, Expertise, Authoritativeness en Trust. Het is een model dat Google gebruikt om de betrouwbaarheid van content te beoordelen.” Zo wordt je tekst makkelijker te begrijpen én te citeren.
6. Lever bewijslast!
AI vertrouwt content meer wanneer die wordt ondersteund door:
- Bronnen (“deze tips komen uit het boek de Regels van Roze”).
- Cases (“dit zijn drie klantverhalen”).
- Cijfers (“mijn artikelen op Frankwatching hebben al bijna 2 miljoen views”).
Zorg ook dat je content actueel is en vermeld wanneer deze voor het laatst is bijgewerkt.
7. Maak expertise zichtbaar
AI-systemen kijken steeds vaker naar wie iets zegt. Maak daarom expliciet:
- Auteur.
- Functie.
- Organisatie.
- Expertise.
Dat vergroot vertrouwen en geloofwaardigheid. Het liefst geef je de auteurs een eigen pagina met nog veel meer bewijs van hun expertise. En let op: hier zijn veel experts te bescheiden. Niet “Ik ben Kim en geef AI-trainingen”, maar “Ik ben Kim en heb in 2025 meer dan 60 organisaties geholpen met een AI-training. De gemiddelde waardering is…”
8. Zorg dat tekstblokken zelfstandig te begrijpen zijn
AI citeert vaak kleine stukken tekst uit een groter artikel. Schrijf daarom zo dat elk onderdeel op zichzelf te begrijpen is. Een lezer of AI moet een alinea kunnen begrijpen zonder de hele tekst te lezen.
9. Cut the crap
Schrijf duidelijk en concreet.
Cover picture: Designed by Freepik






